Over de gegevens

De informatie op deze webpagina's komt uit de Storybuilder database van het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. In deze database staan gegevens over meer dan 30.000 ernstige arbeidsongevallen. Deze arbeidsongevallen:

  •    zijn in Nederland gebeurd in de periode van 1998 tot en met 2014;
  •     hadden ernstige gevolgen en zijn gemeld bij de Nederlandse Arbeidsinspectie;
  •     zijn onderzocht door de Nederlandse Arbeidsinspectie;
  •     en zijn geanalyseerd door het RIVM.

meer informatie

Een ongeval is meldingsplichtig als het een ongeval is met dodelijke afloop, (mogelijk) blijvend letsel of ziekenhuisopname. De informatie op deze website gaat niet over álle ernstige ongevallen, want naar schatting de helft van alle meldingsplichtige ongevallen wordt niet gemeld. De ongevallen in de Storybuilder database zijn onderzocht door de Inspectie SZW Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en daarna geanalyseerd door het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. De Storybuilder database bevat 31.156 ongevallen waarbij 32.111 slachtoffers zijn gevallen. Eén ongeval kan meerdere slachtoffers hebben. Voor elk slachtoffer is vastgelegd in welke sector hij of zij werkte tijdens het ongeval. Daarop is de sectorinformatie op deze website gebaseerd.

Sectorinformatie op deze website

Op deze website vind u informatie over sectoren waarvan in de database meer dan 100 ernstige ongevallen zijn opgenomen (in totaal in de jaren 1998 tot en met 2014). 

Voor deze website zijn niet mee genomen:

  • De sector ‘Financiële instellingen’ (SBI 64), omdat 86% van de ongevallen in de Storybuilder database in deze sector plaats heeft gevonden bij een financiële holding. Daarbij gaat het om bedrijven die in andere sectoren werkzaam zijn, bijvoorbeeld het hoofdkantoor van een groot bedrijf in de chemie of in de bouw. Deze sector bevat daarmee veel ongevallen die eigenlijk in andere sectoren thuishoren.
  • De sector ‘Arbeidsbemiddeling, uitzendbureaus en personeelsbeheer’ (SBI 78), omdat veel uitzendkrachten die slachtoffer worden van een arbeidsongeval geregistreerd worden in de sector waarin hun inlener werkzaam is. De sector SBI 78 zelf geeft daarom een vertekend beeld van ongevallen onder uitzendkrachten.
  • Trends per jaar. In de meeste sectoren zijn weinig ongevallen per jaar bekend waardoor de schommelingen door de jaren heen te groot zijn. De context om deze schommelingen te duiden ontbreekt.

Verschil met gegevens van Inspectie SZW

De gegevens in de Storybuilder database verschillen met de data van de Inspectie SZW. Dit komt omdat de inspectie niet bij álle ongevallen een vervolgonderzoek doet of omdat het onderzoek van de inspectie niet alle informatie bevat die nodig is om een ongeval in te kunnen voeren in Storybuilder.

Over de grafieken

De sectorinformatie bestaat uit verschillende onderwerpen: het aantal ongevallen, het type ongevallen, de belangrijkste oorzaken en achterliggende oorzaken van de ongevallen, informatie over de slachtoffers van de ongevallen en informatie over de rol van menselijk gedrag bij het ontstaan van ongevallen.

De meeste informatie in de grafieken is gebaseerd op het aantal ongevallen in de sector. Alleen de grafieken over de leeftijdsverdeling van de slachtoffers is gebaseerd op het aantal slachtoffers in de Storybuilder database.

Verder geldt voor de grafieken over de rol van menselijk gedrag bij het ontstaan van ongevallen het volgende:

  • De variabele ‘menselijk fouten’ die dit meet, wordt bijgehouden sinds 2004. Over de jaren 1998 tot en met 2003 is dus geen informatie beschikbaar.
  • Bij de berekeningen gaat het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu uit van het aantal onderzochte menselijke fouten in de sector. Dus niet van het aantal slachtoffers of het aantal ongevallen in de sector. Als er bijvoorbeeld 1500 ongevallen in de sector zijn in de jaren 2004 tot en met 2014 kan het zo zijn dat voor 1000 van deze ongevallen de achterliggende menselijke fout bekend is. Als dan in 100 van deze 1000 sprake is van ‘iets vergeten (afdwaling)’, dan geeft de grafiek weer dat in 10% van het aantal onderzochte menselijke fouten sprake is van ‘iets vergeten (afdwaling)’.